Column van weerman Gerrit Hiemstra 

ALTIJD WIND TEGEN ...
Op sommige dagen zit alles gewoon mee.
Als ik op zo’n dag de fiets pak om te genieten van het fraaie voorjaarsweer denk ik al snel aan het liedje ‘Op fietse’
dat de Drentse band Skik enkele jaren geleden zong:

Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage
‘k Hen de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage
‘k Soll wel zeggen ja het mag wel zo

Ondanks dat er geen wind staat en de bladeren slechts ritselen, waait het mij om het hoofd.
Er zit mij vandaag toch iets tegen...

Dat er geen wind staat en je toch wind voelt, komt doordat we ons een weg moeten banen door de luchtmoleculen. Fietsen met een gangetje van 15 km per uur voelt als het fietsen tegen een matige wind (windkracht 3) in. Fietsen we harder, 35 km per uur bijvoorbeeld, dan lijkt het of we met windkracht 5 te maken hebben.
Windstille dagen zijn in het voorjaar op één hand te tellen. Tijdens de meeste fietstochten speelt de wind ons dan ook parten. Als we tegen de wind in moeten fietsen of als de wind van de zijkant komt, hebben we er vrij veel last van. Zijwind of tegenwind remt af, waardoor we langer over een ritje doen dan wanneer we de wind mee hebben.

Handig om te weten is, dat de wind in de loop van de dag in sterkte verandert. Er is namelijk een dagelijks patroon in de wind. ’s Ochtends vroeg is er vaak weinig wind, waarna ze in de loop van de ochtend aanwakkert. Rond een uur of drie ’s middags is de wind het sterkst, om ’s avonds en ’s nacht weer flink af te nemen. Overdag verandert ook de windrichting. Als de wind overdag aanwakkert ruimt de wind. Dat betekent dat deze met de wijzers van de klok meedraait. Aan het einde van de middag krimpt de wind: dan draait ze tegen de wijzers van de klok in. In extreme gevallen kan de wind wel negentig graden krimpen: een zuidenwind draait dan naar het oosten. Die veranderende windrichting wordt veroorzaakt door de zon. Deze warmt het aardoppervlak op, waardoor turbulentie ontstaat en ‘wind’ van grotere hoogte naar het aardoppervlak wordt gevoerd. Zodra de zon ondergaat, stopt dat proces en neemt de wind dicht bij de grond af. Ze draait door de wrijving van de lucht met bomen, huizen en planten.


De conclusie: als u wilt fietsen op een moment dat alles mee moet zitten,
kiest u een windstille dag of pakt u tegen de avond de fiets.
De jongens van Skik hadden dat trouwens ook al in de gaten, want zij zongen:

Dan fiets ik deur want ’t weijt niet slim, ’t giet vandaag vanzolf.

Gerrit Hiemstra

Terug 


Deze pagina toevoegen aan favorieten Mail a friendHuidige pagina afdrukken